ECLI:NL:GHSHE:2002:AD9743
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Soest
- R.J. Koopman
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na beoordeling woonplaats en progressievoorbehoud
Belanghebbende, een Nederlandse chemicus met een hoogleraarschap in Italië, betwistte de aanslag inkomstenbelasting over 1996. Het geschil betrof vooral zijn fiscale woonplaats, het vertrouwensbeginsel ten aanzien van eerdere aanslagregelingen en de toepassing van het EG-verdrag op het progressievoorbehoud.
Het hof stelde vast dat belanghebbende duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote en het grootste deel van het jaar in Nederland verbleef, waar hij ook zijn arbeidsinkomen voor circa 75% verdiende. De inspecteur had eerder aangegeven de aanslagregeling voor latere jaren te wijzigen, waardoor het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was.
Verder oordeelde het hof dat het EG-verdrag zich niet verzet tegen het progressievoorbehoud bij het voorkomen van dubbele belasting. De vergelijking met de fiscale positie van een ambassadeur werd verworpen vanwege de bijzondere regeling voor diplomatieke ambtenaren.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van ƒ 206.805 met aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 206.805 met toepassing van het progressievoorbehoud.