ECLI:NL:PHR:2004:AO0082
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van ambtswege van EG-recht bij voorkoming dubbele belasting en persoonsgebonden aftrekposten
De zaak betreft de cassatie van een belanghebbende die in 1996 in Nederland woonde en inkomsten uit Italië had. Het geschil draait om de wijze waarop persoonsgebonden aftrekposten en de belastingvrije som worden toegerekend bij de voorkoming van dubbele belasting. De belanghebbende betwistte niet de omvang van de aftrekposten, maar klaagde over de toepassing van de evenredigheidsmethode die een deel van het profijt van deze aftrekposten tenietdoet.
De Hoge Raad bespreekt het arrest De Groot van het Hof van Justitie van de EG, waarin werd geoordeeld dat de Nederlandse methode in strijd is met het vrije werknemersverkeer omdat zij leidt tot verlies van fiscale voordelen voor grensarbeiders. De Hoge Raad stelt dat hij verplicht is dit arrest van ambtswege toe te passen en de uitspraak van het hof te vernietigen.
Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op de verschillende soorten aftrekposten, waaronder alimentatie, buitengewone lasten en consumptieve rente, en de toepassing van de voorkomingsmethode. De conclusie is dat alle persoonsgebonden aftrekposten en de belastingvrije som volledig aan het binnenlandse inkomen moeten worden toegerekend, tenzij de werkstaat vergelijkbare fiscale voordelen verleent.
Ten slotte wordt geconcludeerd dat de Italiaanse wetgeving in 1996 geen vergelijkbare tegemoetkomingen kende voor niet-inwoners, zodat Nederland verplicht is de aftrekposten volledig toe te rekenen aan het Nederlandse inkomen. De zaak wordt terugverwezen voor herberekening van de aanslag volgens deze regels.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en beveelt herberekening van de aanslag met volledige toerekening van persoonsgebonden aftrekposten aan het binnenlandse inkomen.