ECLI:NL:GHSHE:2002:AE1214
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag belasting personenauto's wegens fiscale woonplaats in Duitsland
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor belasting van personenauto's, inclusief een boete. De Inspecteur handhaafde de aanslag deels, maar belanghebbende ging in beroep bij het gerechtshof. Centraal stond de vraag of de fiscale woonplaats van belanghebbendes echtgenoot in Duitsland lag, wat bepalend was voor de heffing van BPM over het gebruik van een Mercedes met Duits kenteken.
Tijdens een bespreking in mei 1996 werd door de Inspecteur een toezegging gedaan dat indien de echtgenoot zijn woonplaats in Duitsland had, het gebruik van de Mercedes als incidenteel zou worden aangemerkt en daarmee niet tot BPM-heffing zou leiden. Belanghebbende leverde uitgebreide bewijsstukken aan waaruit bleek dat de echtgenoot in Duitsland woonde en werkte, en dat het gebruik van de auto incidenteel was.
Het hof oordeelde dat het vermoeden van fiscale woonplaats in Duitsland niet was weerlegd door de Inspecteur en dat de toezegging tijdens de bespreking rechtsgeldig was. De naheffingsaanslag en de bestreden uitspraak werden vernietigd. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd omdat de fiscale woonplaats van belanghebbendes echtgenoot in Duitsland lag, waardoor het gebruik van de Mercedes als incidenteel werd aangemerkt.