ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0971
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- P. Fortuin
- B.G. van Zadelhoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de classificatie van Artecoll voor omzetbelastingdoeleinden
Belanghebbende, een producent en verkoper van medische hulpmiddelen, leverde Artecoll, een product bestaande uit PMMA-bolletjes en rundercollageen, dat door artsen wordt gebruikt voor esthetische en medische doeleinden. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op tegen het algemene tarief van 17,5%, terwijl belanghebbende het verlaagde tarief van 6% claimde.
Het geschil betrof de vraag of Artecoll als een chirurgische inplanteringsprothese kan worden aangemerkt volgens de relevante belastingtabel. Het hof concludeerde dat Artecoll geen prothese is, omdat het geen verloren lichaamsweefsel vervangt maar bindweefsel aanmaakt door het lichaam zelf. Bovendien wordt Artecoll in overwegende mate via een injectienaald ingebracht, wat niet als een chirurgische ingreep wordt beschouwd.
Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen, omdat producten als Alveograf en Sulfix-6 botcement wel als prothesen of toebehoren daarvan worden gezien, terwijl Artecoll niet dienstbaar is aan het implanteren van een prothese. Het hof bevestigde daarom de naheffingsaanslag en wees het beroep van belanghebbende af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat Artecoll geen chirurgische inplanteringsprothese is en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting tegen het algemene tarief.