ECLI:NL:HR:2003:AN9564
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat product A geen chirurgische implanteringsprothese is voor omzetbelasting
Belanghebbende, een onderneming actief in de gezondheidszorg, leverde het product A, bestaande uit polymethylmethacrylaat (PMMA) bolletjes met rundercollageen, aan dealers die het aan artsen en ziekenhuizen verstrekten voor medisch gebruik. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij van mening was dat A niet onder het verlaagde tarief voor chirurgische implanteringsprothesen viel.
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde dat A geen prothese is omdat het niet verloren lichaamsweefsel vervangt, maar slechts bindweefsel aanmaakt dat het effect van vervanging simuleert. Dit oordeel werd niet onjuist bevonden en het Hof bevestigde de naheffingsaanslag.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. De Hoge Raad onderschreef het oordeel van het Hof dat A niet als chirurgische implanteringsprothese kan worden aangemerkt en verwierp de klachten over bewijslastverdeling en het oordeel over cosmetisch gebruik. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het product A wordt niet als chirurgische implanteringsprothese voor het verlaagde omzetbelastingtarief aangemerkt.