ECLI:NL:GHSHE:2002:AF2291
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Wraking
- P.R. Feith
- J.C. Kranenburg
- W.H.B. den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen raadsheren na beslissing artikel 12 Sv.-klachtschriften
Verzoeker diende op 20 augustus 2002 een schriftelijk wrakingsverzoek in tegen drie raadsheren die op 15 mei 2002 artikel 12 Sv Pro.-klachtschriften hadden behandeld. Het hof behandelde het verzoek op 13 september 2002 in raadkamer. Verzoeker was aanwezig, maar zijn advocaat niet.
Het hof overwoog dat artikel 512 Sv Pro. wraking alleen toelaat op verzoek van verdachte of openbaar ministerie in strafzaken, terwijl verzoeker als klager in een artikel 12 Sv Pro.-procedure geen verdachte is. Desondanks erkende het hof dat onpartijdigheid een fundamenteel rechtsbeginsel is en dat wraking in beginsel ook in artikel 12 Sv Pro.-procedures mogelijk moet zijn, aansluitend bij de regels van artikel 512 e.v. Sv.
Echter, het wrakingsverzoek werd pas na de beslissing op de klaagschriften ingediend. Het hof stelde vast dat de wet geen mogelijkheid biedt om wraking te verzoeken nadat een einduitspraak is gegeven. Het doel van wraking is immers te voorkomen dat een rechter verder deelneemt aan de zaak, wat na uitspraak niet meer mogelijk is.
Daarom verklaarde het hof het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Tevens wees het hof verzoeken tot wraking tegen andere functionarissen zoals officier van justitie en griffiers af omdat deze niet gewraakt kunnen worden. Het verzoek tegen de rechter in de politierechterzaak werd doorgeleid naar de rechtbank.
De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 19 september 2002, met inachtneming van relevante jurisprudentie en parlementaire geschiedenis.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek pas na de beslissing werd ingediend.