ECLI:NL:GHSHE:2002:AF2638
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens juiste waardering aangebrachte zaken
Belanghebbende en zijn echtgenote verkregen een woning met diverse aangebrachte zaken zoals een guesthouse en garage. De waarde van deze aangebrachte zaken werd vastgesteld op ƒ 135.000,--, terwijl de kostprijs slechts ƒ 21.777,-- bedroeg. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op gebaseerd op de kostprijs van de aangebrachte zaken.
Het geschil betrof de juiste toepassing van de vrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel i van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer (WBR). De Inspecteur stelde dat de vrijstelling alleen geldt voor de werkelijke uitgaven, terwijl belanghebbende stelde dat de vrijstelling moet gelden voor de waarde van de aangebrachte zaken.
Het hof volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en oordeelde dat de vrijstelling moet worden berekend aan de hand van de waarde die aan de aangebrachte zaken kan worden toegerekend, niet de kostprijs. Omdat partijen niet in geschil waren over de waarde van ƒ 135.000,--, werd de naheffingsaanslag vernietigd. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt vernietigd omdat de vrijstelling moet worden toegepast op de waarde van de aangebrachte zaken, niet op de kostprijs.