ECLI:NL:GHSHE:2002:AF3190
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- G.W.B. van Westen
- P. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbelastingheffing over kwijtschelding persoonlijke studieschuld werknemer
Belanghebbende, een maatschap, was in beroep tegen een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd door de Inspecteur over een bedrag van ƒ 2.425,- dat in 1997 werd kwijtgescholden. Deze kwijtschelding betrof een persoonlijke schuld van een werknemer, de heer B, aan zijn vorige werkgever C, voortvloeiend uit een terugbetalingsregeling van studiekosten.
De werknemer had in dienstjaren 1993-1994 studiekosten ontvangen van C, die onder een terugbetalingsregeling vielen waarbij de schuld pro rata afnam over 48 maanden. Na beëindiging van het dienstverband bij C ontstond een schuld van ƒ 7.277,47 die belanghebbende aan C betaalde en vervolgens in drie jaar aan de werknemer kwijtgescholden heeft.
Het hof oordeelde dat deze kwijtschelding niet onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel l van de Wet LB valt, omdat het niet gaat om een vergoeding van studiekosten maar om kwijtschelding van een persoonlijke schuld. Een andere beoordeling zou leiden tot dubbele toepassing van de vrijstelling.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.