ECLI:NL:GHSHE:2002:AF3463
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing overdrachtsbelasting bij verdeling onroerende zaak na overlijden
Belanghebbende deed aangifte van verkrijging van een onroerende zaak na een notariële akte van toedeling in 1998, waarbij overdrachtsbelasting werd voldaan. Hij stelde dat deze verkrijging onder artikel 3, aanhef en lid b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer viel, omdat het een opvolgende verdeling van een onverdeeldheid betrof die was ontstaan door het overlijden van zijn vader.
Het hof stelde vast dat de oorspronkelijke scheiding en deling van de onroerende zaak plaatsvond bij akte van 17 september 1986, waarbij de onverdeeldheid werd gescheiden en gedeeld en dat de latere akte van 24 april 1998 slechts zag op de verdeling van de vrije mede-eigendom. Hierdoor was er geen sprake van een verkrijging krachtens erfrecht bij de latere toedeling.
Het hof overwoog verder dat de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek die de overgang onder algemene en bijzondere titel regelen, niet van toepassing zijn op de latere toedeling en dat artikel 3, aanhef en lid b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer daarom niet van toepassing is op de verkrijging van 1998.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.