ECLI:NL:GHSHE:2003:AF5305
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van Soest-van Dijkhuizen
- Rechtspraak.nl
Schorsing non-concurrentiebeding in kort geding wegens onbillijke benadeling werknemer
Appellant was werkzaam bij geïntimeerde van december 1995 tot augustus 2002 en had een non-concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst. Na functiewijzigingen en salarisaanpassingen vorderde appellant vernietiging of schorsing van het beding wegens onbillijke benadeling, met verwijzing naar artikel 7:653 lid 2 BW Pro.
De kantonrechter wees de vorderingen af, maar het hof oordeelt dat een declaratoire beslissing in kort geding niet passend is. Het hof stelt vast dat de functiewijzigingen onvoldoende zwaarwegend zijn om het beding buiten werking te stellen, maar dat de subsidiaire vordering tot schorsing toewijsbaar is omdat geïntimeerde niet langer redelijkerwijs kan verlangen dat appellant zijn werkzaamheden staakt.
Het hof overweegt dat de schorsing geen gevolgen heeft voor een bodemprocedure over schadevergoeding of boetes. Ook acht het hof het onwaarschijnlijk dat de boetes niet gematigd zullen worden. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter, schorst het concurrentiebeding en compenseert de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof schorst het non-concurrentiebeding totdat in een bodemprocedure onherroepelijk uitspraak is gedaan en compenseert de proceskosten in hoger beroep.