ECLI:NL:GHSHE:2003:AF7160
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens overtredingen Arbeidstijdenbesluit vervoer betreffende rusttijden en vakbekwaamheid
In deze zaak staat de overtreding van het Arbeidstijdenbesluit vervoer centraal, waarbij de werkgever niet heeft voldaan aan de vereiste rusttijden voor werknemers die als bestuurders buitenlands vervoer verrichten. Diverse werknemers hadden rusttijden die aanzienlijk korter waren dan de voorgeschreven 8 of 9 uur, zoals vastgesteld aan de hand van tachograafgegevens. Daarnaast werden onjuiste gegevens op registratiebladen toegelaten en werd niet toegezien op het bezit van erkende getuigschriften van vakbekwaamheid door bepaalde bestuurders.
De verdediging voerde onder meer aan dat de redelijke termijn voor het voeren van de strafprocedure was overschreden en dat sprake was van strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de termijn vanaf de dagvaarding in eerste aanleg correct was berekend en dat het procesverloop gelet op de complexiteit niet onredelijk lang was. Tevens werd het verschil van mening over het meenemen van woon-werkverkeer bij rij- en rusttijden niet als een geldige reden voor niet-ontvankelijkheid gezien.
Het hof bevestigde dat de werkgever feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen, waaronder het niet organiseren van de arbeid conform de Verordening (EEG) nr. 3820/85 en het toelaten van onjuiste aantekeningen op controlemiddelen. De feiten betreffen een periode van juli 1999 en zijn strafbaar gesteld onder het Arbeidstijdenbesluit vervoer en de Wet op de economische delicten. De uitspraak betreft een bevestiging van de eerdere veroordeling in eerste aanleg.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van de werkgever voor overtreding van het Arbeidstijdenbesluit vervoer betreffende rusttijden en vakbekwaamheid.