ECLI:NL:RBAMS:2001:AB0702
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.N.A. Josephus Jitta
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens niet-verbindende werkgeversaansprakelijkheid arbeidstijdenverordening
De zaak betreft een transportonderneming die werd verdacht van het niet naleven van de dagelijkse rusttijden en rijtijden door haar bestuurders in verschillende Europese landen in 1999, in strijd met Verordening (EEG) nr. 3820/85. De overtredingen betroffen onder meer te korte rusttijden en te lange onafgebroken rijtijden.
De politierechter achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, maar het verweer van de raadsman dat de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de werkgever sinds 10 januari 2001 was vervallen door een wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, werd gegrond verklaard. De rechter oordeelde dat deze wijziging niet verbindend was omdat zij niet bij formele wet was vastgesteld en geen wettelijke basis had in het Wetboek van Strafrecht.
Daarom kon de werkgever niet aansprakelijk worden gesteld voor de overtredingen gepleegd vóór 10 januari 2001. De nieuwe regeling was gunstiger voor de verdachte, waardoor op grond van het legaliteitsbeginsel en het retroactieve toepassingsbeginsel de werkgever niet strafbaar was. De politierechter sprak de verdachte vrij en ontsloeg haar van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: De transportonderneming wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens niet-verbindende werkgeversaansprakelijkheid.