ECLI:NL:GHSHE:2003:AF7453
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens onterecht belaste omzetting geldlening in bedrag om niet
De belanghebbende, bestuurder en aandeelhouder van meerdere vennootschappen, ontving in 1995 van de gemeente Z een geldlening van fl. 300.000 als bijstand ter voorziening in bedrijfskapitaal. In 1996 werd een deel van deze lening, fl. 24.663,24, omgezet in een bedrag om niet, gebaseerd op de jaarnorm volgens het Bijstandsbesluit Zelfstandigen. De Inspecteur rekende een deel van dit bedrag tot het belastbaar inkomen en legde een navorderingsaanslag op. De belanghebbende betwistte dit en stelde dat de omzetting niet als periodieke uitkering kwalificeert.
Het Hof oordeelde dat de geldlening en de omzetting incidenteel van aard zijn en niet kunnen worden aangemerkt als periodieke uitkering of vervanging daarvan. Hierdoor behoort het bedrag niet tot het belastbare inkomen volgens de Wet op de Loonbelasting 1964 en de Uitvoeringsbesluiten. De navorderingsaanslag werd daarom vernietigd. Tevens werd het door de belanghebbende betaalde griffierecht vergoed.
De overige geschilpunten werden niet meer behandeld omdat de hoofdvraag in het voordeel van de belanghebbende werd beantwoord. De uitspraak benadrukt de juiste kwalificatie van verstrekte bijstand en de grenzen van loonbelastingheffing op incidentele verstrekkingen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996 wordt vernietigd omdat de omzetting van de geldlening in een bedrag om niet niet als periodieke uitkering kan worden aangemerkt.