ECLI:NL:PHR:2005:AQ7159
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omzetting bijstandsgeldlening zelfstandigen en periodieke uitkering
Belanghebbende en haar echtgenoot ontvingen van de gemeente een geldlening als bijstand ter voorziening in bedrijfskapitaal. De gemeente zette later een deel van deze lening om in een bedrag om niet, dat zij als loon aanmerkte en waarop loonbelasting werd ingehouden. De Inspecteur nam dit bedrag deels op in het belastbare inkomen van belanghebbende.
Het Hof oordeelde dat de omzetting geen periodieke uitkering is omdat deze eenmalig en incidenteel van karakter is, en dat het bedrag niet tot het belastbare inkomen behoort. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt dat de omzetting van de lening in een bedrag om niet niet kwalificeert als een periodieke uitkering of als een uitkering ter vervanging van gederfde periodieke uitkeringen, mede omdat er geen aanspraak of redelijke verwachting op dergelijke uitkeringen bestond. De Hoge Raad overweegt dat de omzetting eenmalig is en niet voldoet aan het periodiciteitsvereiste. De zaak wordt ambtshalve ongegrond verklaard, maar bij andersluidend oordeel zou verwijzing naar een ander hof volgen.
Uitkomst: De omzetting van de bijstandsgeldlening in een bedrag om niet kwalificeert niet als een periodieke uitkering en behoort niet tot het belastbare inkomen.