ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8885
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1993-1995. Hij maakte bezwaar, maar dit werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde dat de aanslag naar zijn oude zakelijke adres was gestuurd, terwijl hij correspondentie altijd op zijn privé-adres ontving en dat de Belastingdienst had moeten weten dat hij niet meer op het zakelijke adres was gevestigd.
Na intrekking van een eerder beroep werd het bezwaar opnieuw niet-ontvankelijk verklaard. Het geschil betrof de vraag of deze niet-ontvankelijkheid terecht was. Het hof oordeelde dat de Inspecteur niet bevoegd was om twee keer uitspraak te doen, maar dat belanghebbende door een aan de Inspecteur toe te rekenen dwaling het eerdere beroep had ingetrokken, waardoor het hof het beroep tegen de eerste uitspraak als tijdig geacht.
Het hof stelde vast dat belanghebbende niet binnen de termijn bezwaar had gemaakt. De stelling dat de aanslag naar het verkeerde adres was gestuurd, werd verworpen omdat de Belastingdienst niet hoefde te begrijpen dat het zakelijke adres was gewijzigd, ook al was daar een andere ondernemer gevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.