ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9902
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Soest
- R.J. Koopman
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale behandeling van vergoedingen aan uitgezonden ambtenaar en huurwaardeforfait woning
Belanghebbende, een ambtenaar van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, was in 1998 werkzaam in Afrika en hield een woning in Nederland aan. Hij ontving diverse vergoedingen op grond van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel (DBZV) en stelde dat deze vergoedingen niet belastbaar waren vanwege het bijzondere karakter van zijn dienstbetrekking. Tevens voerde hij aan dat voor het huurwaardeforfait het lagere percentage van 1,25% van toepassing moest zijn, omdat hij de woning niet als hoofdverblijf gebruikte vanwege zijn dienstverband.
De Inspecteur stelde dat de vergoedingen mede betrekking hadden op uitgaven die samenhangen met het persoonlijke leven en dat het hogere huurwaardeforfait van 2,05% van toepassing was. Het hof oordeelde dat uitgaven voor huisvesting, representatie en huispersoneel onmiskenbaar met het persoonlijke leven samenhangen, waardoor de vergoedingen ook als zodanig moeten worden aangemerkt volgens de Nedeco-regeling.
Verder verwierp het hof het beroep op het vertrouwen dat het DBZV een andere fiscale behandeling zou rechtvaardigen. Het feit dat de woning niet als hoofdverblijf wordt gebruikt vanwege het dienstverband doet niet af aan de toepassing van het hogere huurwaardeforfait. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag en oordeelt dat de vergoedingen mede samenhangen met het persoonlijk leven en het hogere huurwaardeforfait van 2,05% van toepassing is.