ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9823
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Eijsenga
- Van Nierop
- Bark - van Gink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens opzettelijke schending wettelijke geheimhoudingsplicht
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk schenden van een wettelijke geheimhoudingsplicht door het openbaar maken van vertrouwelijke documenten die door Gedeputeerde Staten geheim waren verklaard op grond van artikel 25 van Pro de Provinciewet.
In hoger beroep werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en kwam het hof tot een eigen bewezenverklaring. Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van zijn geheimhoudingsplicht en deze willens en wetens heeft geschonden door het openbaar maken van het Concept Statenvoorstel en het bijbehorende Memorandum of Understanding.
De verdediging voerde aan dat de geheimhouding ten onrechte was opgelegd en dat er sprake was van een noodtoestand, omdat de ondernemingsraad en andere belanghebbenden tijdig geïnformeerd moesten worden over de privatisering van het bedrijf. Het hof verwierp deze argumenten en stelde dat de strafrechter niet bevoegd is om de rechtmatigheid van de geheimhouding te toetsen en dat de door verdachte gestelde spoedeisendheid niet aannemelijk was.
Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op, met een proeftijd van twee jaar, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit en het ontbreken van eerdere veroordelingen. De straf is bedoeld om de ernst te benadrukken en toekomstige overtredingen te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden wegens opzettelijke schending van een wettelijke geheimhoudingsplicht.