ECLI:NL:GHSHE:2003:AN9565
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van immateriële schadevergoeding bij ontslag en belastingheffing
Belanghebbende was sinds 1978 docente en werd in 1997 ontslagen na ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. De kantonrechter kende een vergoeding toe voor inkomensderving en een immateriële schadevergoeding wegens de wijze van ontslag en de aantasting van haar persoon.
Het geschil betrof de vraag of de immateriële schadevergoeding in verband met het ontslag moest worden gerekend tot de inkomsten uit arbeid voor de belastingheffing. Belanghebbende stelde dat dit niet het geval was, terwijl de Inspecteur dit betwistte.
Het hof stelde vast dat de vergoeding was toegekend wegens aantasting van eer en goede naam en niet wegens psychisch leed dat inherent is aan de onvrijwillige beëindiging van de dienstbetrekking. Daarom behoorde deze vergoeding niet tot het loon uit dienstbetrekking. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en verminderde de aanslag. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De immateriële schadevergoeding wegens aantasting van eer en goede naam wordt niet tot het loon uit dienstbetrekking gerekend en de aanslag wordt verminderd.