ECLI:NL:GHSHE:2003:AO1819
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Koster-Vaags
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie overbruggingsuitkering als pensioen in arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een hoger beroep van VM tegen een vonnis van de rechtbank Roermond waarin het ontslag van de statutair directeur [geïntimeerde] als kennelijk onredelijk werd aangemerkt en een pensioenrechtelijke vordering werd toegewezen. [Geïntimeerde] was sinds 1989 in dienst en werd in 2000 ontslagen. In de arbeidsovereenkomst was een regeling opgenomen over een overbruggingsuitkering vanaf 62 jaar tot de pensioenleeftijd van 65 jaar.
[Geïntimeerde] vorderde een verklaring voor recht dat deze overbruggingsuitkering een pensioenregeling is in de zin van de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW), met afdracht van premievrije aanspraken. VM stelde dat het een VUT-achtige regeling betrof, waarop geen aanspraak bestond bij ontslag vóór 62 jaar.
Het hof bekeek de tekst en context van artikel 12 van Pro de arbeidsovereenkomst, de opbouw en kenmerken van de overbruggingsuitkering, en de wijze van financiering via Stichting Parklaan. Het hof concludeerde dat de regeling geen pensioenregeling is, omdat er geen individuele opbouw is, de uitkering niet afhankelijk is van werkelijke dienstjaren, en de uitkering voorwaardelijk is op het bereiken van 62 jaar in dienst.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van [geïntimeerde] af. Tevens werd hij veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de werknemer af en oordeelt dat de overbruggingsuitkering geen pensioenregeling is in de zin van de PSW.