ECLI:NL:PHR:2008:BC0377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat OBU-uitkering niet valt in huwelijksgemeenschap bij echtscheiding
In deze zaak stond de vraag centraal of het recht van de man op een OBU-uitkering, een overbruggingsuitkering vergelijkbaar met een VUT-uitkering, in de huwelijksgemeenschap viel en dus verdeeld moest worden bij echtscheiding. De rechtbank had geoordeeld dat de OBU in de gemeenschap viel vanwege de vergelijkbaarheid met pensioenrechten. Het hof stelde echter dat de OBU een strikt persoonlijk recht is, zo sterk aan de man verknocht dat het niet in de gemeenschap valt. De vrouw stelde dat vanwege de verwevenheid met het FLEX-pensioen en de financiering deels uit gemeenschappelijke premies, de OBU wel verdeeld moest worden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De Raad overwoog dat de OBU geen pensioen is, niet onder de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding valt, en dat de aanspraak niet is opgebouwd tijdens het huwelijk. De keuze voor de OBU ligt volledig bij de man, en de uitkering is niet afhankelijk van nog te verrichten arbeid. De verwevenheid met het FLEX-pensioen en de financiering met premies uit de gemeenschap wegen onvoldoende om de OBU als gemeenschappelijk goed te beschouwen.
De Hoge Raad benadrukte dat goederen slechts in uitzonderlijke gevallen op grond van bijzondere verknochtheid buiten de gemeenschap vallen. De OBU is zo’n strikt persoonlijk recht, vergelijkbaar met een VUT-uitkering, en valt daarom niet in de gemeenschap. De vrouw kan via alimentatie aanspraak maken op ondersteuning, maar het recht op OBU zelf wordt niet verdeeld. De klacht van de vrouw dat dit onredelijk is, werd afgewezen omdat de redelijkheid en billijkheid reeds in de maatstaf van bijzondere verknochtheid zijn verdisconteerd.
De uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie over VUT- en invaliditeitspensioenen en bevestigt dat de Wet VPS niet van toepassing is op dergelijke uitkeringen. De Hoge Raad wijst erop dat eventuele wetswijzigingen aan de wetgever zijn, niet aan de rechter. Hiermee is duidelijkheid geschapen over de positie van OBU-uitkeringen bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de OBU-uitkering niet in de huwelijksgemeenschap valt en niet verdeeld wordt bij echtscheiding.