ECLI:NL:GHSHE:2004:AO4093
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Feith
- De Groot-van Dijken
- Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling blokkeringsrecht bij keuring in opdracht van derde volgens WGBO
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of de relatie tussen [principaal appellante] en de psychiater [naam prof.] gekwalificeerd moest worden als een behandelingsovereenkomst of als een keuring in opdracht van een derde, met gevolgen voor het toepasselijke blokkeringsrecht onder de WGBO.
[Principaal appellante] had een ongeval gehad waarvoor Univé aansprakelijk was. Partijen waren overeengekomen dat [naam prof.] haar zou onderzoeken in het kader van een deskundigenonderzoek. Er ontstond discussie over het recht van [principaal appellante] om het concept-rapport te blokkeren voordat het aan Univé werd verstrekt.
De voorzieningenrechter had de vorderingen van Univé grotendeels toegewezen, maar het blokkeringsrecht erkend. Het hof bevestigde dat de relatie geen behandelingsovereenkomst is maar een keuring in opdracht van een derde, waardoor het blokkeringsrecht niet van toepassing is. Ook oordeelde het hof dat de afspraken tussen partijen die het blokkeringsrecht zouden bevestigen niet bindend waren omdat er geen definitieve overeenstemming was.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter, wees de grieven van [principaal appellante] af en veroordeelde partijen in de proceskosten. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad werd afgewezen vanwege de principiële aard van de zaak en het risico van onomkeerbare situaties.
Uitkomst: Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en oordeelde dat het blokkeringsrecht niet van toepassing is, waardoor het concept-rapport aan Univé moet worden verstrekt.