ECLI:NL:GHSHE:2004:AO4915
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. van der Voort
- P.J.A.M. van Sleuwen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over aftrek ter ondersteuning van verwanten zonder voldoende controleerbare bescheiden
Belanghebbende had in 1999 een bedrag van DM 5.000 via een geldkoerier overgemaakt ter ondersteuning van zijn ouders in Kosovo. Hij bracht dit bedrag gedeeltelijk in aftrek bij zijn aangifte inkomstenbelasting 1999. De Inspecteur accepteerde slechts een deel van deze aftrek op basis van een resolutie en stelde een lager bedrag vast.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende voldoende schriftelijke bescheiden had overgelegd die de uitgave controleerbaar maakten, zoals vereist op grond van artikel 46 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende overhandigde een stortingsbewijs en een verklaring van de gemeente R, maar deze waren niet consistent en de verklaring was pas twee jaar na betaling opgesteld.
Het Hof oordeelde dat deze stukken niet voldeden aan de eis van controleerbaarheid door de belastingdienst. Hierdoor kon de juistheid van de aftrekpost niet worden vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag bleef ongewijzigd.
Het Hof wees tevens op de mogelijkheid om de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke en informeerde over het beroep in cassatie bij de Hoge Raad. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende controleerbare bescheiden voor de aftrek van de betaling aan de geldkoerier.