ECLI:NL:HR:2003:AN9080
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrekbaarheid van ondersteuning in natura bij inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 39.783. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof te 's-Gravenhage. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 34.083.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat belanghebbende met de overgelegde bescheiden, waaronder money-transferbriefjes en een schriftelijke verklaring van de vader, redelijkerwijs kon aantonen dat de betalingen de vader hadden bereikt. Dit oordeel betrof een feitelijke beoordeling die niet onbegrijpelijk was.
Echter, de Hoge Raad stelde vast dat het Hof onjuist had geoordeeld door ook ondersteuning in natura aftrekbaar te achten. Volgens artikel 46, lid 1, aanhef en letter a, onder 2º, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 zijn alleen uitgaven in geld of andere geldeenheden aftrekbaar. Daarom mocht alleen het bedrag vermeld op de money-transferbriefjes in aftrek worden gebracht.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, handhaafde de uitspraak van de Inspecteur behoudens de beslissingen omtrent griffierecht en proceskosten, en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van ƒ 34.533. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag door alleen geldelijke betalingen in aftrek te brengen.