ECLI:NL:GHSHE:2004:AO5108
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J.W. van der Voort
- S.C.M.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Recht op heffingsvrij vermogen en heffingskorting bij buitenlandse belastingplichtigen binnen EU
Belanghebbende, een in Duitsland woonachtige buitenlandse belastingplichtige met een vakantiewoning in Nederland, betwist de weigering van de Nederlandse Belastingdienst om hem het heffingsvrije vermogen en de heffingskorting toe te kennen bij de berekening van zijn inkomen uit sparen en beleggen. Dit terwijl een in België wonende buitenlandse belastingplichtige deze voordelen wel krijgt op grond van het Nederlands-Belgische belastingverdrag.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of het Europese recht, met name het verbod op discriminatie op grond van nationaliteit in het EG-verdrag, een recht op meestbegunstiging inhoudt voor buitenlandse belastingplichtigen uit verschillende lidstaten die in Nederland worden belast. Het hof constateert dat de Nederlandse wetgeving en bilaterale belastingverdragen verschillend omgaan met buitenlandse belastingplichtigen uit België en Duitsland, wat leidt tot ongelijke behandeling.
Gezien de onduidelijkheid in de jurisprudentie van het Hof van Justitie EG over het recht op meestbegunstiging in deze context, verzoekt het hof prejudiciële uitleg. Het geding wordt geschorst totdat het Hof van Justitie EG uitspraak doet over de vraag of een in Duitsland wonende buitenlandse belastingplichtige, die niet aan de 90%-voorwaarde voldoet, op grond van het EG-recht recht heeft op dezelfde voordelen als een in België wonende belastingplichtige die deze voordelen wel geniet.
Uitkomst: Het geding is geschorst en prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie EG over het recht op meestbegunstiging van buitenlandse belastingplichtigen binnen de EU.