ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ8731
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J.W. van der Voort
- S.C.M.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op heffingsvrij vermogen en heffingskortingen voor Duitse buitenlandse belastingplichtige met Nederlands box III-inkomen
Belanghebbende, een Duitse ingezetene met een vakantiewoning in Nederland, had bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Inspecteur om hem het heffingsvrije vermogen en de heffingskortingen toe te kennen bij de berekening van zijn Nederlandse inkomstenbelasting over box III-inkomen.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of belanghebbende, als buitenlandse belastingplichtige uit een lidstaat die geen partij is bij het Nederlands-Belgische belastingverdrag, op grond van het EG-recht of het EVRM aanspraak kan maken op dezelfde fiscale voordelen als een Belgische ingezetene met vergelijkbare situatie.
Het Hof verwees naar het arrest van het HvJ EG in de zaak D en het arrest Blanckaert, waarin werd vastgesteld dat belastingplichtigen uit lidstaten die niet partij zijn bij een bilateraal verdrag niet in dezelfde situatie verkeren als ingezetenen van verdragsluitende staten. Hierdoor bestaat geen verplichting voor Nederland om het heffingsvrije vermogen en heffingskortingen toe te kennen aan dergelijke belastingplichtigen.
Belanghebbende voldeed niet aan de criteria van het Nederlands-Duitse belastingverdrag noch aan de Schumacker-test, waardoor hij niet als binnenlandse belastingplichtige kon worden behandeld. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat Nederland niet verplicht is om aan belanghebbende de fiscale voordelen toe te kennen die binnenlandse belastingplichtigen of Belgische ingezetenen wel genieten.
Uitkomst: Het beroep van de Duitse buitenlandse belastingplichtige wordt ongegrond verklaard; hij heeft geen recht op heffingsvrij vermogen en heffingskortingen.