ECLI:NL:GHSHE:2004:AO5233
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieheffing volksverzekeringen na emigratie naar Curaçao
Belanghebbende, een weduwe woonachtig te Curaçao, was in geschil met de Inspecteur over de vraag of zij na haar emigratie naar Curaçao in 1992 terecht in de premieheffing volksverzekeringen betrokken bleef. De Inspecteur beschouwde haar als verzekerd in Nederland op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989. Belanghebbende stelde dat het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden sociale zekerheid toewijst aan het land van verblijf, en dat zij daarom niet dubbel verzekerd mocht zijn.
Tijdens de zitting op 28 november 2003 werden de standpunten van partijen besproken. Belanghebbende voerde aan dat het Statuut een volkenrechtelijke organisatie is en dat artikel 13a van de Algemene nabestaandenwet (ANW) haar status als verzekerd op de Nederlandse Antillen bevestigt. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat het Statuut geen verdrag is en dat de ANW-uitkering bij emigratie hoger was dan 35% van het minimumloon.
Het hof oordeelde dat het Statuut niet als verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie in de zin van artikel 94 van Pro de Grondwet moet worden beschouwd en verwierp het betoog van belanghebbende. Het hof stelde vast dat belanghebbende terecht in de premieheffing volksverzekeringen bleef betrokken en dat de rechter de wettelijke regeling niet buiten toepassing kan laten op grond van vermeende onredelijkheid.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het hof wees ook een vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd op 12 januari 2004 openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de premieheffing volksverzekeringen na emigratie naar Curaçao is ongegrond verklaard.