ECLI:NL:GHSHE:2004:AO5866
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- H.M.N. Schonis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aftrekbare kosten en inkomsten uit aanmerkelijk belang in de inkomstenbelasting
De belanghebbende betwist de aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2000, waarbij het hof twee vragen moest beantwoorden: of het regulier voordeel uit aanmerkelijk belang van drie miljoen gulden en een bedrag aan dividenden uit 1999 na aftrek van rente en kosten behoren tot het gezamenlijk bedrag aan inkomsten uit rechten die niet op zaken betrekking hebben, zoals bedoeld in artikel 38, zevende lid, Wet IB 1964.
Het hof stelt vast dat het regulier voordeel uit aanmerkelijk belang niet kan worden gerekend tot deze inkomsten, omdat de wet dit expliciet uitsluit en er een aparte regeling geldt voor aftrekbare kosten bij aanmerkelijk belang. Ook de stelling dat dividenden uit 1999 bij het gezamenlijk bedrag moeten worden gerekend faalt, omdat het artikel betrekking heeft op inkomsten in het betreffende jaar.
De belanghebbende vordert vernietiging van de uitspraak en vermindering van de aanslag tot nihil, terwijl de inspecteur het beroep ongegrond verklaart. Het hof volgt de inspecteur en verklaart het beroep ongegrond. Beide partijen vorderen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 13 januari 2004.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep van de belanghebbende ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting over 2000.