ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ5895
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Griensven
- Koens
- Lamers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schuldsaneringsverzoek bij huwelijkse gemeenschap van aanwinsten
In deze zaak stond de vraag centraal of appellante, gehuwd onder het Bosnisch huwelijksvermogensrecht, een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zelfstandig kon indienen zonder medewerking van haar echtgenoot. Het hof heeft het rapport van het Internationaal Juridisch Instituut bestudeerd, waaruit bleek dat in Bosnië-Herzegovina een stelsel van huwelijkse gemeenschap van aanwinsten geldt. Dit betekent dat tijdens het huwelijk een gemeenschappelijk vermogen bestaat dat ook schulden omvat.
Appellante stelde dat schulden geen onderdeel zijn van de gemeenschap van aanwinsten en dat zij daarom geen toestemming van haar echtgenoot nodig had om het verzoek in te dienen. Het hof verwierp dit standpunt en wees op artikel 284 lid 3 van Pro de Faillissementswet, dat vereist dat een gehuwde schuldenaar medewerking van de echtgenoot moet hebben bij het verzoek, tenzij elke gemeenschap van goederen is uitgesloten.
Het hof concludeerde dat de schuldsaneringsregeling ook het vermogen van de echtgenoot raakt en dat het niet relevant is door wie de schulden zijn aangegaan. Omdat de echtgenoot geen medewerking verleende, was het verzoek van appellante terecht door de rechtbank afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Breda.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering wegens gebrek aan medewerking van de echtgenoot bij een huwelijkse gemeenschap van aanwinsten.