Conclusie
2.Bespreking van het cassatieberoep
Recapitulatie
Schuld aan [betrokkene]
Lening van [betrokkene]
daardoor voor de helft door de vrouw zou moeten worden gedragen. Onder
aanwinstenmoet volgens het middel
alleen vermogensaanwasworden verstaan en
geen schulden, zodat het hof ten onrechte een verdeling toepast als ware partijen gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Verder klaagt het middel (onder 9) dat het hof niet heeft gemotiveerd waarom de gestelde schuld van € 140.000,=, die door de vrouw is bestreden, nog moet worden opgehoogd met 5% rente, terwijl de man heeft erkend dat hij geen rente over de (volgens het middel: gefingeerde) lening aan [betrokkene] betaalt en de schuld ongewijzigd op de balans heeft laten staan.
Bergmann/Ferid, Internationales Ehe- und Kindschaftsrecht, Armenien, blz. 12).
Bergmann/Ferid, a.w., blz. 16:
Bergmann/Feridhoudt echter nog geen rekening met de totstandkoming van een Wetboek van Familierecht, dat op 8 december 2004 is ondertekend en op 19 april 2005 in werking is getreden.”
Onderneming van de man
Het hof knoopt voor de waardering van de - in de vorm van een eenmanszaak gedreven - onderneming aan bij het ondernemingsvermogen zoals opgenomen in de jaarrekening 2009 van de onderneming. (…)”). Het hof heeft in dat verband in rov. 8 geconcludeerd dat de passiva van die onderneming de activa, inclusief de waarde van het betreffende octrooi, overstijgen. Het oordeel van het hof is in zoverre niet onbegrijpelijk, noch ontoereikend gemotiveerd.
de waardering van het octrooivan 23 mei 2012 naar eerdergenoemde getuigenverklaringen heeft verwezen en ook nog nadere getuigenverklaringen in het geding heeft gebracht (zie middel IV). Dat het hof dus geen koppeling heeft gemaakt tussen de in het geding gebrachte getuigenverklaringen en de waardering van de (schulden van de) onderneming over 2009 is in deze situatie niet onbegrijpelijk en is voor het overige, als verweven met de waardering van de feiten, niet toetsbaar in cassatie. Enige argwaan bij de betrouwbaarheid van de verklaringen van getuige [getuige 2] [23] – die naar eigen zeggen voor het laatst in 2007 contact had met de man, zodat ook zo bezien niet goed valt in te zien wat hij zou kunnen verklaren over schulden van de onderneming over 2009 – is overigens voorstelbaar, nu deze voormalige zakenpartner in een (in eerste aanleg verloren) procedure tegen de man was betrokken [24] en een getuigenverklaring [25] van een broer van eerdergenoemde [betrokkene] bevestigt dat er geen sprake was van grote omzetten via het zusterbedrijf van de man in Duitsland. Boekhouder [getuige 1] heeft niets verklaard over de jaarrekening van 2009 waar het hier om gaat. Middel III faalt.
Waardering Duits octrooi nr. DE 196 34 018
(…) de vrouw in ernstige mate misbruik heeft gemaakt van procesrecht onder andere gezien de wijze die zij heeft gehanteerd om vernietiging van de bestreden beschikkingen te bewerkstelligen’ (onder 41). Dat geldt volgens de man temeer (onder 42), omdat de vrouw in de echtscheidingskwestie ten tweede male in cassatie is gegaan. Ik begrijp dit als een misbruik van recht stelling.