ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ8259
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling intracommunautaire verwerving tandprothesen uit België
Belanghebbende, een Nederlandse tandartsenpraktijk, verwierf in 2001 tandprothesen uit België en betaalde hierover omzetbelasting. Zij stelde dat deze verwerving vrijgesteld moest zijn op grond van artikel 17e van de Wet op de omzetbelasting 1968, omdat de levering van tandprothesen in Nederland vrijgesteld is en zij zelf geen belaste prestaties verricht. De Inspecteur was het hier niet mee eens en stelde dat de vrijstelling niet van toepassing was.
Het hof stelde vast dat de verwerving van de tandprothesen in Nederland plaatsvond en dat belanghebbende meer dan de drempel van fl. 23.000,-- aan intracommunautaire verwervingen had gedaan, waardoor omzetbelasting verschuldigd was. Het hof benadrukte dat de levering in België en de toepassing van het nultarief daar geen invloed hadden op de heffing in Nederland.
Het hof onderzocht de toepasselijkheid van artikel 17e en de Uitvoeringsbeschikking en concludeerde dat de vrijstelling niet van toepassing was omdat de levering van tandprothesen niet in alle lidstaten is vrijgesteld en de verwerving in Nederland belastbaar is. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van concurrentievervalsing omdat de omzetbelasting uiteindelijk in de prijs van de prothese verwerkt wordt.
Daarom verklaarde het hof het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag omzetbelasting. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed vanwege het karakter van de procedure.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is ongegrond verklaard.