ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ9824
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Geschil over juiste waardebepaling van een recreatiewoning volgens Wet WOZ
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde waarde van zijn recreatiewoning, gelegen in een overstroomgebied, die volgens hem te hoog was vastgesteld door de gemeente. De waarde was aanvankelijk vastgesteld op ƒ 188.000,- en na bezwaar verminderd tot ƒ 160.000,-.
Het hof heeft het geschil onderzocht aan de hand van de Wet WOZ en de bijbehorende jurisprudentie. De waarde moet worden bepaald op basis van de volle en onbezwaarde eigendom, rekening houdend met de staat van het object en de mogelijkheid tot onmiddellijke ingebruikname. Belanghebbende stelde dat de grondwaarde op ƒ 40,- per m² moet worden gesteld, gebaseerd op een deskundigenadvies, terwijl de gemeente een lagere koopprijs van ƒ 17,50 per m² aanvoerde.
Het hof oordeelde dat de door belanghebbende betaalde prijs voor het opstalrecht en de jaarlijkse retributie als uitgangspunt dienen, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet de werkelijke waarde weerspiegelt. De gemeente kon niet overtuigend aantonen dat de grondwaarde lager moest zijn. De taxatierapporten en referentieobjecten van de gemeente werden onvoldoende geacht vanwege verschillen en onduidelijkheden.
Uiteindelijk stelde het hof de waarde van de onroerende zaak vast op ƒ 120.000,- (€ 54.453,-), verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het hof vermindert de WOZ-waarde van de onroerende zaak tot ƒ 120.000,- en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.