ECLI:NL:GHSHE:2004:AR5961
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Van Soest-van Dijkhuizen
- Katerberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing faillissementsverzoek wegens ontbreken betalingsonmacht
In deze civiele zaak in hoger beroep hebben meerdere stichtingen (appellanten) verzocht om het faillissement van geïntimeerde uit te spreken wegens niet-betaling van premies over 1997. De rechtbank had het verzoek eerder afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat geïntimeerde was opgehouden te betalen en omdat hij aannemelijk had gemaakt dat hij was aangesloten bij een andere bedrijfsvereniging.
Het hof nam kennis van de stellingen en stukken, waaronder dat geïntimeerde twee winstgevende bedrijven heeft met een gezonde financiële situatie en dat hij de financiële lasten stipt voldoet. De enige reden voor niet-betaling was het ontbreken van inzage in de gegrondheid van de vorderingen. Appellanten stelden dat er sprake is van meerdere schuldeisers en dat geïntimeerde sinds 1982 lid was van de rechtsvoorgangster van één van hen.
Het hof concludeerde dat ondanks de pluraliteit van schuldeisers geïntimeerde niet verkeert in de toestand van te zijn opgehouden met betalen, zoals vereist voor faillietverklaring. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank die het faillissementsverzoek had afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het faillissementsverzoek omdat geïntimeerde niet is opgehouden te betalen.