ECLI:NL:HR:2002:AD4939
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest faillietverklaring en verwijzing naar gerechtshof voor nadere beoordeling
Verweerder heeft bij de Rechtbank Utrecht verzoek ingediend om verzoekster in staat van faillissement te verklaren, maar dit verzoek werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het vorderingsrecht. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze beslissing en verklaarde verzoekster failliet, waarbij het oordeelde dat sprake was van pluraliteit van schuldeisers en dat verzoekster was opgehouden te betalen.
In cassatie richt verzoekster zich tegen het arrest van het hof, waarbij de Hoge Raad vaststelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd op welke gronden het tot het oordeel kwam dat verzoekster daadwerkelijk was opgehouden te betalen. Hoewel het hof het pluraliteitsvereiste heeft vastgesteld, ontbreekt een deugdelijke motivering over het betalingsonvermogen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens wordt bepaald dat het hof de faillissementskosten en het salaris van de curator zal vaststellen, waarbij rekening wordt gehouden met de uitkomst van de faillietverklaring.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor nadere beoordeling van het faillissementsverzoek.