ECLI:NL:GHSHE:2004:AR6665
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- G.W.B. van Westen
- P. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid en rechtmatigheid naheffingsaanslag overdrachtsbelasting na verkoop onroerende zaken
Belanghebbende, Beheer- en Beleggingsmaatschappij "X" B.V., betwist de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd door de Inspecteur. De kern van het geschil betreft de vraag of de aanslag tijdig, terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Belanghebbende voert aan dat de aanslag buiten de wettelijke termijn is opgelegd, dat de grondslag en het tijdvak onjuist zijn, en dat de aanslag in strijd is met gemaakte afspraken.
Het Hof stelt vast dat belanghebbende bij de transportakte van 15 juli 1994 onroerende zaken heeft gekocht en dat er voorafgaande afspraken zijn gemaakt met de Belastingdienst over de heffing van overdrachtsbelasting, mede vanwege financiële problemen en een faillissement. De Inspecteur heeft een naheffingsaanslag opgelegd op basis van een hogere waarde dan aanvankelijk aangegeven, met een bedrag van ƒ 549.876,-.
Na uitgebreid onderzoek, waaronder meerdere zittingen, getuigenverhoren en schriftelijke stukken, oordeelt het Hof dat de aanslag tijdig is opgelegd, omdat de domiciliekeuze van belanghebbende naar het notariskantoor rechtsgeldig was en de aanslag binnen de wettelijke termijn aan dat adres is verzonden. Het Hof verwerpt het beroep op nietigheid wegens onjuist tijdvak, omdat belanghebbende voldoende op de hoogte was van de situatie. Verder slaagt belanghebbende er niet in aannemelijk te maken dat er afspraken waren die de aanslag zouden uitsluiten. De grondslag van de aanslag wordt door het Hof als terecht vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.