ECLI:NL:GHSHE:2004:BB2831
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Venhuizen
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling misbruik van recht bij conservatoir beslag en bankgarantie
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of het conservatoir beslag dat appellanten legden op onroerende zaken van geïntimeerde, als misbruik van recht (vexatoir) kon worden aangemerkt. Appellanten hadden beslag gelegd ter verzekering van een vordering van circa ƒ 65.000,=, terwijl geïntimeerde stelde dat het beslag onevenredig zwaar was en dat het misbruik van recht betrof.
Het hof oordeelde dat de waarde van de beslagen goederen niet was gesteld en dat de bankgarantie die geïntimeerde stelde, exact het bedrag van de vordering bedroeg. Geïntimeerde kon niet aantonen dat zij onevenredig zwaar was getroffen door het beslag of de bankgarantie, ondanks dat zij kosten aan de bank verschuldigd was en ander geld moest aantrekken.
Verder werd geoordeeld dat het beslag niet lichtvaardig was gelegd en dat het handhaven ervan niet onrechtmatig was, omdat appellanten belang hielden bij de zekerheid. De stellingen van geïntimeerde over onrechtmatigheid wegens beslag op meerdere onroerende zaken en het ontbreken van overwaarde werden niet concreet onderbouwd.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Maastricht en wees de vorderingen van geïntimeerde af. Tevens werd geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van geïntimeerde af en veroordeelt haar in de proceskosten.