ECLI:NL:HR:2003:AL7059
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en misbruik van bevoegdheid bij conservatoir beslag en faillissement
In deze zaak vorderde eiser dat verweerders onrechtmatig hadden gehandeld door conservatoir beslag te leggen voor een hoger bedrag dan uiteindelijk werd toegewezen, het stellen van een bankgarantie te eisen bij opheffing van het beslag en tegen surséance van betaling te stemmen, wat leidde tot faillissement. De rechtbank wees de vordering af, het hof bekrachtigde dit en de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.
De Hoge Raad overweegt dat risicoaansprakelijkheid voor beslagleggers alleen geldt bij een geheel ongegronde vordering, wat hier niet het geval was. Het hof oordeelde terecht dat het beslag niet onrechtmatig was omdat het ging om een vordering waarvan het bestaan was vastgesteld, ook al was de omvang later kleiner.
Verder is het volgens de Hoge Raad toegestaan dat een beslaglegger zekerheid eist bij opheffing van beslag, tenzij sprake is van misbruik van bevoegdheid, wat hier niet is aangetoond. Ook het weigeren van surséance van betaling door verweerders was niet onrechtmatig. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtspraak over misbruik van recht en risicoaansprakelijkheid bij beslaglegging.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het conservatoir beslag en de gestelde bankgarantie zijn niet onrechtmatig.