ECLI:NL:GHSHE:2005:AT3862
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing partnerregeling in inkomstenbelasting bij keuze na definitieve aanslag partner
Belanghebbende en zijn zus woonden samen met hun ouders en broer op hetzelfde adres en voldeden aan de inhoudelijke vereisten voor partnerschap volgens de Wet inkomstenbelasting 2001. De zus had echter bij haar aangifte geen keuze gemaakt voor partnerschap, terwijl belanghebbende dit wel deed bij zijn aangifte. De Inspecteur weigerde de partnerregeling toe te passen omdat de aanslag van de zus al definitief was vastgesteld.
Het hof stelde vast dat de keuze voor partnerschap kan worden gemaakt bij de aangifte van een van de partners en dat het feit dat de aanslag van de zus definitief was, niet aan toepassing van de partnerregeling in de weg staat. Artikel 2.17, derde lid, Wet IB 2001 ziet op de toerekening van inkomensbestanddelen en niet op de keuze voor partnerschap zelf.
Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd en de aanslag vastgesteld op een negatief bedrag van € 1.576,--, gelijk aan de algemene heffingskorting. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De aanslag van belanghebbende wordt vastgesteld op een negatief bedrag van € 1.576,-- vanwege de toepassing van de partnerregeling.