ECLI:NL:PHR:2006:AU3582
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Keuze voor fiscaal partnerschap bij onherroepelijke aanslag niet mogelijk
Belanghebbende en zijn zuster woonden in 2001 samen met hun ouders en broer. Belanghebbende had geen inkomen, zijn zuster wel. De zuster deed aangifte zonder verzoek om partnerschap. Later vroeg belanghebbende in zijn aangifte alsnog om partnerschap te worden erkend, maar de inspecteur weigerde dit omdat de aanslag van de zuster al onherroepelijk vaststond.
Het hof oordeelde dat de keuze voor partnerschap ook in de aangifte van belanghebbende nog mogelijk was, ondanks de onherroepelijke aanslag van de zuster. De staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad concludeert dat de wet vereist dat de keuze voor partnerschap in de aangiften van beide partners moet worden gemaakt en dat deze keuze niet kan worden gemaakt nadat de aanslag van een van hen onherroepelijk is geworden. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verklaart het cassatieberoep gegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt dat de keuze voor fiscaal partnerschap niet mogelijk is nadat de aanslag van de partner onherroepelijk is vastgesteld.