ECLI:NL:GHSHE:2005:AT5853
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieheffing volksverzekeringen over 1998 bij woonplaats Nederland en Duitse uitkeringen
De belanghebbende, een in Nederland woonachtige Duitse staatsburger, was in 1998 premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen, waaronder de AWBZ tot 1 februari 1998. Zij had geen tijdige aangifte gedaan en haar verzoek om vrijstelling werd afgewezen door de Sociale Verzekeringsbank en de rechterlijke instanties.
De Inspecteur legde een aanslag op, die deels werd verminderd na bezwaar, maar de premieheffing bleef gehandhaafd voor de periode tot 1 februari 1998. Het hof oordeelde dat de belanghebbende onder de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving viel, ook na beëindiging van haar werkzaamheden in Duitsland, en dat de Europese verordening 1408/71 dit niet in de weg stond.
De belanghebbende voerde aan dat zij alleen Duitse uitkeringen ontving en dat het arrest-Rundgren van het Hof van Justitie haar beschermde tegen dubbele premieheffing. Het hof stelde echter dat de Nederlandse premies betrekking hebben op andere risico's dan de Duitse uitkeringen en dat de AOW-premie ook aanvullende bescherming biedt.
Het hof concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de aanslag terecht is opgelegd. Er werden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak werd op 6 april 2005 gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de premieheffing volksverzekeringen over 1998 wordt ongegrond verklaard.