ECLI:NL:GHSHE:2005:AU0600
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Koopman
- N. van Beelen
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid lijfrentepremies betaald aan eigen lichaam bij overdracht onderneming
Belanghebbende, exploitant van een agrarisch bedrijf, richtte samen met zijn zoon en schoondochter een maatschap op en later een B.V. De onderneming werd verkocht aan een derde, mevrouw W, waarna belanghebbende een lijfrenteovereenkomst sloot met de eigen B.V. De Inspecteur weigerde de aftrek van de lijfrentepremies omdat de B.V. niet als opvolgend ondernemer kon worden beschouwd.
Het hof stelde vast dat de verkoop van de onderneming aan mevrouw W op 27 mei 1998 had plaatsgevonden en dat de lijfrenteovereenkomst pas in december 1998 werd gesloten. De overeenkomst van 29 april 1998 tussen belanghebbende en de B.V. was slechts een intentieverklaring zonder concrete afspraken over tegenprestatie of winstverdeling.
Gelet op de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van de Hoge Raad is de aftrek van lijfrentepremies aan een eigen lichaam slechts toegestaan indien dit lichaam de onderneming daadwerkelijk overneemt. Dit was hier niet het geval. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.