ECLI:NL:GHSHE:2005:AU3711
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Begheyn
- Venner-Lijten
- Heidinga
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wachttijd en plaatsing in tbs-kliniek bij langdurige voorlopige hechtenis
In deze zaak staat de wachttijd voor plaatsing in een tbs-kliniek centraal. Geïntimeerde was langdurig als tbs-passant in voorlopige hechtenis opgenomen, terwijl zij recht had op tbs met dwangverpleging. De Staat weigerde onmiddellijke plaatsing en verwees naar een gemiddelde wachttijd van 14 maanden zonder voorrang.
De voorzieningenrechter bepaalde dat Geïntimeerde binnen negen maanden na 26 oktober 2004 geplaatst moest worden, bij uitblijven daarvan onmiddellijke invrijheidstelling. De Staat voerde onder meer aan dat een geldelijke vergoeding het onrechtmatige karakter van de wachttijd zou compenseren, maar het hof oordeelde dat compensatie de onrechtmatigheid niet opheft.
Het hof bevestigde dat een wachttijd langer dan zes maanden onaanvaardbaar is en dat de Staat rekening moet houden met de duur van de voorafgaande voorlopige hechtenis en de datum waarop de tbs-maatregel onherroepelijk werd. De belangenafweging tussen spoedige plaatsing en veiligheid rechtvaardigt plaatsing of invrijheidstelling. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat onmiddellijke plaatsing in een tbs-kliniek of invrijheidstelling voorschrijft binnen een redelijke termijn.