ECLI:NL:HR:2003:AI0351
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op passende vorm van herstel bij schending detentieomstandigheden
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staat tegen een vonnis waarin de voorzieningenrechter had geoordeeld dat de Staat onrechtmatig handelt door geen passende vorm van herstel te bieden voor de schending van art. 3 EVRM Pro tijdens de detentie van verweerder in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI).
Verweerder was veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf en een geldboete. Tijdens zijn verblijf in de EBI werd hij onderworpen aan een streng regime met wekelijkse stripsearches, wat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) op 4 februari 2003 als onmenselijke behandeling kwalificeerde en een schending van art. 3 EVRM Pro vaststelde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Staat onrechtmatig handelt zolang passende herstelmaatregelen uitblijven en dat het staken van de tenuitvoerlegging van de straf een passende vorm van herstel kan zijn. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet in de weg staat aan een uitzondering in deze bijzondere omstandigheden.
De Hoge Raad wijst ook op het ontbreken van een specifiek wettelijk rechtsmiddel voor dit herstel en aanvaardt dat de omvang van het herstel naar billijkheid moet worden vastgesteld. De strafduurvermindering van 10% van de duur van het verblijf in de EBI wordt als passend beschouwd. Het beroep van de Staat wordt verworpen en de Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staat wordt verworpen en de Staat dient passende herstelmaatregelen te treffen, waaronder staken van de tenuitvoerlegging van de straf.