ECLI:NL:GHSHE:2005:AZ7136
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- Fikkers
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring vordering schadevergoeding seksueel misbruik
Appellant stelt dat zijn oudere broer hem tussen 1977 en 1982 seksueel heeft misbruikt en vordert schadevergoeding. Geïntimeerde ontkent het misbruik en beroept zich op verjaring van de vordering. De rechtbank oordeelde dat de vordering over de periode tot 30 oktober 1981 verjaard is en dat een verklaring van geïntimeerde geen geldige stuiting vormt.
De rechtbank stelde dat appellant niet had aangetoond dat hij tot 30 oktober 1996 vanwege zijn psychische toestand niet in staat was om een civiele procedure te starten, waardoor ook de vordering over de periode vanaf 30 oktober 1981 tot de zomer van 1982 verjaard werd verklaard. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de bewijsopdracht onjuist was geformuleerd.
Het hof oordeelt dat appellant moet aantonen dat hij vóór 30 oktober 1996 daadwerkelijk niet in staat was een vordering in te stellen. Het hof wijst een deskundigenonderzoek toe om deze vraag te beantwoorden en houdt verdere beslissing aan. Tevens wordt het incidenteel appel van geïntimeerde deels afgewezen en deels in behandeling genomen.
Uitkomst: Het hof wijst een deskundigenonderzoek toe om te beoordelen of appellant vóór 30 oktober 1996 niet in staat was een civiele procedure tot schadevergoeding in te stellen en houdt verdere beslissing aan.