ECLI:NL:GHSHE:2006:AV3045
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.R.L.R.M. Ficq
- J.W. de Ruijter
- F. van Beuge
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van wettige bewijsmiddelen omtrent pincode als goed
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het verkrijgen van een pincode voor een creditcard, waarbij hem werd verweten dat hij zich valselijk had voorgedaan als rechtmatige houder van de kaart en daarmee [bedrijf] had bewogen tot het afgeven van een gegeven met geldswaarde in het handelsverkeer.
Het hof heeft overwogen dat een pincode, zijnde een cijfercombinatie behorende bij een betaalpas, niet kan worden aangemerkt als een 'goed' in de zin van de artikelen 317 en 326 van het Wetboek van Strafrecht. Ook kan een pincode niet worden beschouwd als een gegeven met geldswaarde in het handelsverkeer, omdat het geen verhandelbaar economisch goed betreft.
De Memorie van Toelichting bij de Wet Computercriminaliteit en de wetsgeschiedenis tonen aan dat het begrip 'gegevens met geldswaarde' betrekking heeft op grote verzamelingen verhandelbare gegevens, niet op individuele pincodes. Hierdoor ontbraken de bestanddelen van het ten laste gelegde feit, en kon het hof het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen achten.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat een pincode geen goed met geldswaarde is en het ten laste gelegde niet bewezen is.