ECLI:NL:GHSHE:2006:AV6575
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Draijer-Udo
- Smeenk-van der Weijden
- Schyns
- Rechtspraak.nl
Behoeftebepaling en ingangsdatum kinderalimentatie bij niet-gezinsverband vader en kind
In deze civiele zaak stond de vaststelling van de behoefte van een minderjarige centraal, wiens vader nooit in gezinsverband met hem en zijn moeder heeft samengeleefd. De vader betwistte de behoeftebepaling en stelde dat alleen het gezinsinkomen van de moeder van belang zou zijn. Het hof oordeelde echter dat het wettelijke uitgangspunt is dat zowel vader als moeder bijdragen aan de verzorging en opvoeding van het kind, ongeacht het samenleven in gezinsverband.
De vader voerde aan dat kosten die niet daadwerkelijk voor het kind zijn gemaakt, niet meegenomen mogen worden bij de behoeftebepaling. Het hof erkende dit, maar stelde dat het hier ging om een eerste behoeftebepaling waarbij de moeder nog geen bijdrage van de vader ontving. Daarom werd de behoefte geschat aan de hand van de TREMA-normen, rekening houdend met het inkomen van beide ouders.
Verder betwistte de vader de ingangsdatum van de onderhoudsverplichting. De rechtbank had deze vastgesteld op de geboortedatum van het kind, maar het hof stelde dat de onderhoudsverplichting pas ingaat vanaf de datum waarop het verzoekschrift van de moeder werd ingediend, omdat de vader pas vanaf dat moment rekening kon houden met de verplichting.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze de ingangsdatum betrof en bepaalde dat de vader de onderhoudsbijdrage moet betalen vanaf 11 augustus 2004. Tevens werd bepaald dat de vader het teveel betaalde bedrag mag verrekenen met toekomstige termijnen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de vader wordt vastgesteld vanaf 11 augustus 2004 en hij mag teveel betaalde alimentatie verrekenen met toekomstige termijnen.