ECLI:NL:GHSHE:2006:AW1820
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek buitengewone lasten levensonderhoud dochter met eigen vermogen
Belanghebbende heeft in 2002 bedragen verstrekt aan zijn studerende dochter voor levensonderhoud en deze als aftrekpost opgevoerd in zijn aangifte inkomstenbelasting. De Inspecteur heeft deze aftrekpost niet toegelaten omdat de dochter over voldoende eigen vermogen en inkomsten beschikte om in haar levensonderhoud te voorzien.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de verstrekte bedragen kunnen worden aangemerkt als buitengewone lasten ter zake van levensonderhoud, waarbij rekening moet worden gehouden met het vermogen van de dochter en de vraag of belanghebbende zich redelijkerwijs gedrongen kon voelen om aantasting van het vermogen van de dochter te voorkomen.
Het hof stelt vast dat de dochter een vermogen had van ruim € 30.000 en bruto looninkomsten van € 8.649 in 2002. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bijzondere omstandigheden bestonden die het noodzakelijk maakten het vermogen van de dochter niet aan te spreken.
Op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad wordt geoordeeld dat de dochter over voldoende eigen middelen beschikte en dat de verstrekte bedragen daarom niet als aftrekbare buitengewone lasten kunnen worden aangemerkt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.