ECLI:NL:GHSHE:2006:AY3838
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling belasting personenauto voor werkzaamheden buiten Nederland
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en werkzaam voor een Duitse werkgever, verzocht om vrijstelling van belasting van personenauto's (BPM) voor een door zijn werkgever ter beschikking gestelde leaseauto. De auto werd gebruikt voor zakelijke ritten in Nederland en Duitsland, woon-werkverkeer en privégebruik. De Inspecteur wees het verzoek af omdat woon-werkverkeer niet als zakelijk gebruik buiten Nederland wordt beschouwd en het zakelijke gebruik in het buitenland minder dan 50% bedroeg.
Belanghebbende stelde dat woon-werkverkeer wel moet worden meegeteld en dat de BPM-heffing het vrije verkeer van werknemers binnen de EU belemmert. Het hof oordeelde dat volgens artikel 2 van Pro het Uitvoeringsbesluit BPM woon-werkverkeer niet als zakelijk gebruik buiten Nederland geldt en dat de vrijstelling alleen geldt indien meer dan 50% van het gebruik zakelijk en buiten Nederland is. Het hof volgde dit criterium en stelde vast dat belanghebbende hier niet aan voldeed.
Verder oordeelde het hof dat de BPM-heffing geen onrechtmatige belemmering vormt van het vrije verkeer van werknemers binnen de EU, omdat er geen sprake is van een verbod tot gebruik van de auto en de regeling een legitiem doel dient. De aanvraagprocedure voor vrijstelling is praktisch en proportioneel. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de Inspecteur mocht het verzoek afwijzen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van de vrijstelling BPM wordt ongegrond verklaard.