ECLI:NL:GHSHE:2006:AY6069
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Soest
- R.J. Koopman
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Vermindering voorlopige aanslag na kwijtschelding van verjaarde vordering
Belanghebbende kreeg voor 2001 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 81.450, welke na bezwaar gehandhaafd bleef. Het gerechtshof Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, maar de Hoge Raad vernietigde dit vonnis en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Hertogenbosch.
De kern van het geschil betrof de vraag of de door kaashandelaar A kwijtgescholden vordering op belanghebbende nog voor verwezenlijking vatbaar was. Het hof stelde dat de vrijstelling van kwijtscheldingswinst vereist dat een redelijk handelende crediteur op het moment van kwijtschelding moet oordelen dat inning vruchteloos of maatschappelijk onaanvaardbaar is.
Vast stond dat belanghebbende en zijn echtgenote sinds augustus 1995 gestopt waren met aflossen en dat A rekening moest houden met verjaring. Er was geen sprake van een bevoegdheid tot verrekening, opschorting of verhaal op zekerheid. Daarom handelde A zakelijk door de vordering kwijt te schelden. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 47.000.
Daarnaast werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed en werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van € 1690,50. De uitspraak werd gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch op 13 juli 2006.
Uitkomst: De voorlopige aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 47.000 wegens zakelijke kwijtschelding van een verjaarde vordering.