ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ2631
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt navorderingsaanslagen privégebruik personenauto's door directeur en echtgenote
De zaak betreft een beroepsprocedure tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1998 tot en met 2001, opgelegd aan de directeur en enig aandeelhouder van een holding die tevens directie voert in een B.V. De kern van het geschil was of ook de echtgenote van de belanghebbende gebruik maakte van een aan hem ter beschikking staande personenauto, naast het gebruik door de belanghebbende zelf van een andere auto.
Het Hof stelde vast dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat aan de belanghebbende gelijktijdig minimaal twee auto's ter beschikking stonden, één voor hemzelf en één voor zijn echtgenote. De belanghebbende had dit standpunt aanvankelijk niet weersproken en pas later betwist, wat het Hof ongeloofwaardig achtte. Verder was niet gebleken dat de Inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslagen op de hoogte was van het gebruik door de echtgenote.
Het Hof oordeelde dat de belanghebbende niet mocht vertrouwen op een afspraak uit 1992 die alleen zag op de cataloguswaarde van auto's voor de heren X en A zelf, en niet voor hun echtgenoten. De berekening van de Inspecteur van het privégebruik door de echtgenote was gebaseerd op gegevens uit de administratie en werd niet voldoende gemotiveerd betwist. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslagen voor privégebruik personenauto's door de directeur en zijn echtgenote.