ECLI:NL:HR:2001:AB2890
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gegrondheid navorderingsaanslag ondanks garantievoorziening in advocatenmaatschap
Belanghebbende, vennoot in een advocatenmaatschap, kreeg voor het jaar 1992 een navorderingsaanslag opgelegd waarbij een garantievoorziening van ƒ 197.000 ter discussie stond. Deze voorziening was ten laste van de winst gebracht, maar de inspecteur corrigeerde dit bedrag bij de aanslag. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de navorderingsaanslag verminderd, waarbij de verhoging werd geschrapt. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat de inspecteur in beginsel mag vertrouwen op de juistheid van de door belanghebbende verstrekte aangifte, tenzij er gerechtvaardigde twijfel bestaat. Het Hof had geoordeeld dat de inspecteur niet gehouden was nader onderzoek te verrichten naar de garantievoorziening, omdat de aangifte een goede indruk maakte en door een gerenommeerd belastingadvieskantoor was ingevuld.
Het cassatiemiddel stelde dat de inspecteur bekend had moeten zijn met het verband tussen de garantievoorziening en de deelneming in de B.V. die een brasserie exploiteerde, maar de Hoge Raad verwierp dit omdat deze gegevens niet uit de aangifte bleken en de inspecteur niet verplicht was om deze informatie zelfstandig te achterhalen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de uitspraak van het Hof in stand dat de navorderingsaanslag zonder verhoging terecht is vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag zonder verhoging.